Overheden, NGO’s en belangenbehartigende instanties hebben wel eens de neiging om een bepaald jaar te ‘claimen’ voor een zaak of thema dat men onder de aandacht wil brengen. Ook het haast voorbije jaar 2011 ontsnapte hier niet aan: door de VN uitgeroepen tot het jaar van de chemie en van de bossen, door de Europese Unie benoemd tot het jaar van het vrijwilligerswerk en een Vlaamse visserslobby bedacht de pladijs als vis van het jaar. Ieder zijn meug natuurlijk. Maar hoe zit het met 2012?
Wel, in september van dit jaar heeft de Europese Commissie het voorstel gedaan om 2012 uit te roepen tot het jaar van het actief ouder worden. Hiermee wil de Commissie het groeiend aantal ouderen aanmoedigen om een actieve rol te spelen in de samenleving. Alhoewel dit op het eerste gezicht een sympathiek gebaar lijkt – we zijn toch allemaal bezig met actief ouder worden en een ruggensteuntje wordt altijd geapprecieerd - schuilt er achter het initiatief een keiharde sociaal-economische realiteit. De Europese beleidsmakers worden immers geconfronteerd met de gestage vergrijzing en de gevolgen daarvan op de openbare diensten en de financiën. Vooral de demografische context baart Europa en haar lidstaten zorgen. Prognoses geven aan dat vanaf 2012 de Europese beroepsbevolking zal gaan krimpen, terwijl het aantal 60-plussers een toename zal kennen van twee miljoen mensen per jaar. Volgens de ramingen van Eurostat zouden we binnen 50 jaar aankijken op een verhouding van twee mensen van werkzame leeftijd (15 – 64 jaar) voor elke persoon ouder dan 65 jaar. Vandaag is dat nog vier op één 65-plusser. Ingeval van een ongewijzigd beleid, zal de druk op de financiering van de gezondheidszorg en pensioenen alsmaar opgevoerd worden en lijken spanningen tussen de generaties haast niet te vermijden. Ook de huidige oudere bevolking komt hierbij in het vi- zier. De meerderheid van de 60-plussers zijn vitaal en vervullen als bestuurder, vrijwilligers, mantelzorger of oppas voor de kleinkinderen een onbetwiste en waardevolle maatschappelijke rol. Het is echter de vraag of dit voor de beleidsmakers voldoende is als invulling voor het begrip ‘actief ouder worden’. Wie de concept- nota’s over het Europees jaar doorneemt, kan zich niet van de indruk ontdoen dat met een actieve oudere liefst een beroepsactieve oudere bedoeld wordt. Uiteraard zullen maatregelen om vijftigers en zestigers langer aan het werk te houden hun nut bewijzen, maar wordt het niet gevaarlijk wanneer de perceptie gewekt wordt dat wie na zijn loopbaan van een welverdiende rust en pensioen geniet, eigenlijk zijn verantwoordelijkheid binnen de samenleving ontloopt? Niet dat dit hardop gezegd wordt, maar als seniorenbeweging kunnen we er maar beter voor beducht zijn dat deze laakbare stelling vroeg of laat zal opduiken in het vergrijzingsdiscours.
Als vereniging die zich ook richt tot kansengroepen, moet LBV er tevens oog voor hebben dat naast de vitale en actieve groep senioren, er ook ouderen zijn die vanwege hoge leeftijd, ziekte, tegenslag, armoede of persoonlijke keuze geen boodschap hebben aan ‘actief ouder worden’. We hopen dan ook dat het Europees jaar geen dogma maakt van de Active Ageing, maar dat het leiden zal tot meer kansen voor 65-plussers die zich verder maatschappelijk willen inzetten, en tot meer respect voor de ouderen die deze keuze niet kunnen of wensen te maken.

